10
En de
aGod van onze vaderen, die uit Egypte werden
buitgeleid, uit de slavernij, en ook in de wildernis door Hem werden bewaard, ja, de van Abraham en van Isaak, en de God van Jakob,
dgeeft Zich, volgens de woorden van de engel, als mens over in de handen van goddelozen om te worden
everhoogd, volgens de woorden van
fZenock, en te worden
ggekruisigd, volgens de woorden van Neüm, en in een
hgraf te worden gelegd, volgens de woorden van
iZenos die hij sprak met betrekking tot de drie dagen
jduisternis, hetgeen een teken van zijn dood zou zijn, gegeven aan hen die de eilanden der zee zouden bewonen, en meer in het bijzonder aan hen die van het
khuis Israëls zijn.