De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 19
  10 En de aGod van onze vaderen, die uit Egypte werden buitgeleid, uit de slavernij, en ook in de wildernis door Hem werden bewaard, ja, de cGod van Abraham en van Isaak, en de God van Jakob, dgeeft Zich, volgens de woorden van de engel, als mens over in de handen van goddelozen om te worden everhoogd, volgens de woorden van fZenock, en te worden ggekruisigd, volgens de woorden van Neüm, en in een hgraf te worden gelegd, volgens de woorden van iZenos die hij sprak met betrekking tot de drie dagen jduisternis, hetgeen een teken van zijn dood zou zijn, gegeven aan hen die de eilanden der zee zouden bewonen, en meer in het bijzonder aan hen die van het khuis Israëls zijn.

Voetnoten
10a
2 Ne. 26:12.
  12 En zoals ik sprak over het aovertuigen van de bJoden dat Jezus de cware Christus is, zo moeten ook de andere volken er wel van worden overtuigd dat Jezus de Christus is, de eeuwige God;
Mos. 7:27.
  27 En omdat hij hun zeide dat Christus de aGod, de Vader van alle dingen was, en zeide dat Hij het beeld van de mens zou aannemen, en dat dat het bbeeld zou zijn waarnaar de mens in het begin was geschapen; of met andere woorden, hij zeide dat de mens naar het beeld van cGod was geschapen, en dat God onder de mensenkinderen zou neerdalen en vlees en bloed zou aannemen en zou uitgaan over het oppervlak der aarde —
Mos. 27:30–31.
  30 Ik verwierp mijn Verlosser en ontkende datgene waarover onze vaderen hadden gesproken; maar nu, opdat zij zullen voorzien dat Hij zal komen en dat Hij ieder wezen dat Hij geschapen heeft, indachtig is, zal Hij Zich aan allen openbaren.
Alma 11:38–39.
  38 Nu zeide Zeëzrom wederom tot hem: Is de Zoon Gods waarlijk de eeuwige Vader?
3 Ne. 11:14–15.
  14 Staat op en nadert tot Mij om uw hand in mijn zijde te asteken, en ook om de tekens van de nagels in mijn handen en in mijn voeten te bvoelen, opdat gij zult weten dat Ik de cGod van Israël en de God der gehele daarde ben, en ben gedood voor de zonden der wereld.
b
Ex. 3:2–10.
Ex. 6:6.
1 Ne. 5:15.
  15 En zij waren ook auit gevangenschap en uit het land Egypte geleid door diezelfde God die hen had bewaard.
LV 136:22.
  22 aIk ben het die de kinderen van Israël uit het land Egypte heeft geleid; en mijn arm is in de laatste dagen uitgestrekt om mijn volk Israël te bredden.
c
Gen. 32:9.
Mos. 7:19.
  19 Daarom, heft uw hoofd op en verheugt u en stelt uw vertrouwen in aGod, in die God die de God van Abraham en Isaak en Jakob was; en ook die God die de kinderen Israëls uit het land Egypte bbracht en hen over het droge door de Rode Zee deed trekken, en hen met cmanna voedde, opdat zij niet zouden omkomen in de wildernis; en nog veel meer dingen deed Hij voor hen.
LV 136:21.
  21 aOnthoudt u van het kwaad de naam des Heren ijdel te gebruiken, want Ik ben de Heer, uw God, ja, de bGod van uw vaderen, de God van Abraham en van Isaak en van Jakob.
d
e
3 Ne. 27:14.
  14 En mijn Vader heeft Mij gezonden opdat Ik aan het kruis zou worden averhoogd; en opdat Ik, na aan het kruis te zijn verhoogd, balle mensen tot Mij zou kunnen trekken, zodat evenals Ik door de mensen was verhoogd, ook de mensen zouden worden verhoogd door de Vader, om voor Mij te staan, om naar hun werken te worden cgeoordeeld, hetzij die goed, hetzij die kwaad zijn —
f
Alma 33:15.
  15 Want er staat aniet geschreven dat alleen Zenos over die dingen heeft gesproken, want ook bZenock heeft over die dingen gesproken —
Alma 34:7.
  7 Mijn broeder heeft zich beroepen op de woorden van Zenos — dat de verlossing door middel van de Zoon van God komt — en ook op de woorden van Zenock; en hij heeft zich ook op Mozes beroepen, om te bewijzen dat deze dingen waar zijn.
Hel. 8:19–20.
  19 En nu wil ik dat gij weet dat er zelfs sedert de dagen van Abraham vele profeten zijn geweest die van die dingen hebben getuigd; ja, zie, de profeet aZenos heeft onverschrokken getuigd, waarvoor hij werd gedood.
3 Ne. 10:15–16.
  15 Zie, ik zeg u: ja, velen hebben getuigd dat die dingen bij de komst van Christus zouden plaatsvinden, en zijn agedood omdat zij van die dingen hebben getuigd.
g
2 Ne. 6:9.
  9 Niettemin heeft de Heer mij getoond dat zij zullen aterugkeren. En Hij heeft mij eveneens getoond dat de Here God, de Heilige Israëls, Zich in het vlees aan hen zal openbaren; en wanneer Hij Zich in het vlees aan hen heeft geopenbaard, zullen zij Hem geselen en bkruisigen, volgens de woorden van de engel die het mij heeft gezegd.
Mos. 3:9.
  9 En zie, Hij komt tot de zijnen, opdat de mensenkinderen aredding ten deel valt, ja, door bgeloof in zijn naam; en zelfs na dit alles zullen ze Hem voor een mens houden en zeggen dat Hij van een cduivel bezeten is, en zij zullen Hem dgeselen, en Hem ekruisigen.
h
Matt. 27:60.
Luc. 23:53.
2 Ne. 25:13.
  13 Zie, zij zullen Hem akruisigen; en nadat Hij bdrie dagen lang in een cgraf heeft gelegen, zal Hij uit de doden dopstaan, met genezing onder zijn vleugels; en allen die in zijn naam geloven, zullen behouden worden in het koninkrijk Gods. Daarom is het mijn ziel een lust over Hem te profeteren, want ik heb zijn dag egezien en mijn hart maakt zijn heilige naam groot.
i
Jakob 6:1.
  1 En nu, zie, mijn broeders, daar ik u gezegd heb te zullen profeteren, zie, dit is mijn profetie: dat de dingen die deze profeet aZenos heeft gesproken over het huis Israëls, waarbij hij het vergeleek met een tamme olijfboom, voorzeker moeten geschieden.
Hel. 15:11.
  11 ja, zelfs al verkommeren zij in ongeloof, zal de Heer hun dagen averlengen, totdat de tijd komt waarover onze vaderen gesproken hebben, en ook de profeet bZenos en vele andere profeten, aangaande de cherstelling van onze broeders, de Lamanieten, tot de kennis der waarheid —
j
1 Ne. 12:4–5.
  4 En het geschiedde dat ik een amist van bduisternis zag op het oppervlak van het land van belofte; en ik zag bliksemschichten, en ik hoorde donderslagen en aardbevingen en allerlei rumoer; en ik zag de aarde en de rotsen splijten; en ik zag bergen in stukken vallen; en ik zag de vlakten der aarde openbreken; en ik zag vele steden cverzinken; en ik zag vele door vuur afbranden; en ik zag vele ter aarde storten ten gevolge van haar beven.
Hel. 14:20, 27.
  20 Doch zie, zoals ik u heb gezegd aangaande een tweede ateken, een teken van zijn dood, zie, op die dag dat Hij de dood ondergaat, zal de zon bverduisterd worden en weigeren u haar licht te geven; en eveneens de maan en de sterren; en er zal geen licht zijn op het oppervlak van dit land, ja, vanaf de tijd dat Hij de dood ondergaat, tot de tijd dat Hij uit de doden opstaat, cdrie dagen lang.
3 Ne. 8:3, 19–23.
  3 en het volk begon in alle ernst uit te zien naar het teken dat door de profeet Samuël, de Lamaniet, was gegeven, ja, naar het tijdstip dat er drie dagen lang aduisternis over het oppervlak van het land zou zijn.
3 Ne. 10:9.
  9 En het geschiedde dat de drie dagen aldus verstreken. En het was ochtend, en de aduisternis verdween van het oppervlak van het land en de aarde hield op met beven en de rotsen scheurden niet meer en het ontzettende kreunen hield op en al het rumoer verstomde.
k
3 Ne. 16:1–4.
  1 En voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat Ik aandere schapen heb die niet in dit land zijn, noch in het land Jeruzalem, noch in enig deel van het omliggende land waar Ik ben geweest om te dienen.