De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 17
  3 En zo zien wij dat de geboden Gods moeten worden volbracht. En indien de mensenkinderen de geboden Gods aonderhouden, voedt Hij hen en sterkt Hij hen, en verschaft Hij de middelen waardoor zij kunnen volbrengen wat Hij hun heeft geboden; daarom bverschafte Hij ons middelen terwijl wij in de wildernis vertoefden.

Voetnoten
3a
Mos. 2:41.
  41 En voorts wil ik dat gij nadenkt over de gezegende en agelukkige toestand van hen die de geboden Gods onderhouden. Want zie, zij worden bgezegend in alle dingen, zowel stoffelijke als geestelijke; en indien zij cgetrouw volharden tot het einde, worden zij in de dhemel ontvangen, waardoor zij bij God kunnen wonen in een staat van nimmer eindigend geluk. O bedenkt, bedenkt dat deze dingen waar zijn, want de Here God heeft het gesproken.
Alma 26:12.
  12 Ja, ik weet dat ik niets ben; wat mijn kracht aangaat, ben ik zwak; daarom zal ik niet op mijzelf aroemen, maar ik zal in mijn God roemen, want in zijn bkracht vermag ik alle dingen; ja, zie, wij hebben vele grote wonderen in dit land verricht, waarvoor wij zijn naam eeuwig zullen loven.
b
1 Ne. 3:7.
  7 En het geschiedde dat ik, Nephi, tot mijn vader zeide: Ik zal aheengaan en de dingen doen die de Heer heeft geboden, want ik weet dat de Heer geen bgeboden aan de mensenkinderen geeft zonder een cweg voor hen te bereiden, zodat zij kunnen volbrengen wat Hij hun gebiedt.