De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 17
  19 En nu geschiedde het dat ik, Nephi, buitengewoon bedroefd was wegens de verstoktheid van hun hart; en nu, toen zij zagen dat ik bedroefd werd, waren zij in hun hart verheugd, zodanig dat zij aleedvermaak over mij hadden, zeggende: Wij wisten wel dat gij geen schip kondt bouwen, want wij wisten dat het u aan inzicht ontbrak; daarom kunt gij zulk een groot werk niet volbrengen.

Voetnoten
19a