HET EERSTE BOEK NEPHI ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 16
38
Welnu, hij zegt dat de Heer met hem heeft gesproken, en ook dat hem hebben bediend. Maar zie, wij weten dat hij ons voorliegt; en hij vertelt ons die dingen en brengt vele dingen door zijn sluwe streken teweeg om ons een rad voor de ogen te draaien, misschien denkende dat hij ons naar de een of andere vreemde wildernis kan wegleiden; en nadat hij ons heeft weggeleid, denkt hij zichzelf tot koning en heerser over ons te maken, zodat hij met ons kan handelen naar zijn wil en welbehagen. En op die wijze hitste mijn broeder Laman hun hart tot toorn op.
Voetnoten
|