De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 15
  22 En ik zeide tot hen: Het was een zinnebeeld van de aboom des levens.

Voetnoten
22a
1 Ne. 11:4, 25.
  4 En de Geest zeide tot mij: Gelooft gij dat uw vader de aboom zag waarover hij heeft gesproken?
Moz. 3:9.
  9 En uit de grond deed Ik, de Here God, elke boom groeien, op natuurlijke wijze, die aangenaam is voor de ogen van de mens; en de mens kon hem aanschouwen. En ook deze werd een levende ziel. Want hij was geestelijk ten dage dat Ik hem schiep; want hij verblijft in de sfeer waarin Ik, God, hem schiep, ja, alle dingen die Ik heb bereid voor het gebruik van de mens; en de mens zag dat het goed was als voedsel. En Ik, de Here God, plantte ook de aboom des levens in het midden van de hof, en ook de bboom der kennis van goed en kwaad.