De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 14
  7 Want de tijd komt, zegt het Lam Gods, dat Ik een groot en awonderbaar werk onder de mensenkinderen zal werken; een werk dat eeuwigdurend zal zijn, hetzij aan de ene hetzij aan de andere zijde — of om hen aan te zetten tot vrede en beeuwig leven, of om hen over te leveren aan de verstoktheid van hun hart en de verblindheid van hun verstand, zodat zij in gevangenschap worden gebracht en de vernietiging tegemoet gaan, zowel stoffelijk als geestelijk, volgens de cgevangenschap van de duivel, waarvan Ik heb gesproken.

Voetnoten
7a
Jes. 29:14.
1 Ne. 22:8.
  8 En nadat ons nageslacht is verstrooid, zal de Here God ertoe overgaan een awonderbaar werk onder de bandere volken te verrichten, dat voor ons nageslacht van grote cwaarde zal zijn; daarom wordt erover gesproken alsof zij door de andere volken worden gevoed en in hun armen en op hun schouders worden gedragen.
2 Ne. 27:26.
  26 daarom zal Ik ertoe overgaan een awonderbaar werk onder dit volk te doen, ja, een bwonderbaar werk en een wonder, want de wijsheid van zijn wijzen en geleerden zal tenietgaan, en het verstand van zijn verstandigen zal schuilgaan.
2 Ne. 29:1–2.
  1 Maar zie, er zullen er velen zijn — ten dage dat Ik ertoe overga een awonderbaar werk onder hen te verrichten om mijn bverbonden, die Ik met de mensenkinderen heb gesloten, indachtig te zijn, om mijn hand voor de ctweede maal uit te strekken om mijn volk, dat van het huis Israëls is, terug te winnen;
LV 4:1.
  1 NU, zie, een awonderbaar werk staat op het punt onder de mensenkinderen tevoorschijn te komen.
b
c
2 Ne. 2:26–29.
  26 En de aMessias komt in de volheid des tijds om de mensenkinderen te bverlossen van de val. En doordat zij verlost zijn van de val, zijn zij voor eeuwig cvrij geworden, het onderscheid kennende tussen goed en kwaad; om zelfstandig te handelen en niet om met zich te laten handelen, behalve door de straf der dwet op de grote en laatste dag, naar de geboden die God heeft gegeven.
Alma 12:9–11.
  9 En nu begon Alma hem deze dingen uit te leggen, zeggende: Het wordt velen gegeven de averborgenheden Gods te kennen; niettemin wordt hun een streng gebod opgelegd bslechts dat gedeelte van zijn woord mee te delen wat Hij de mensenkinderen toekent volgens de aandacht en ijver die zij Hem schenken.