De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 14
  13 En het geschiedde dat ik zag dat de grote moeder der gruwelen menigten verzamelde op het oppervlak der gehele aarde, onder alle natiën van de andere volken, om ategen het Lam Gods te strijden.

Voetnoten
13a
Op. 17:1–6.
Op. 18:24.
1 Ne. 13:5.
  5 En de engel zeide tot mij: Zie de oprichting van een kerk die boven alle andere kerken zeer gruwelijk is, die ade heiligen Gods doodt, ja, en hen foltert en aan banden legt en hen onder een bjuk van ijzer brengt en hen in gevangenschap voert.
LV 123:7–8.
  7 Het is een gebiedende plicht die wij verschuldigd zijn aan God, aan de engelen, met wie wij zullen worden voorgeleid, en ook aan onszelf, aan onze vrouwen en kinderen, die gedwongen zijn zich in smart, verdriet en zorgen te buigen onder de uiterst verdoemelijke hand van moord, tirannie en verdrukking, gesteund en aangespoord en gehandhaafd door de invloed van die geest die de geloofsbelijdenissen van de vaders — die leugens hebben geërfd — zo sterk op het hart der kinderen heeft vastgeklonken en de wereld met verwarring heeft vervuld en steeds sterker is geworden en nu bij uitstek de drijfveer is van alle verdorvenheid; en de gehele aaarde kreunt onder de last van zijn ongerechtigheid.