De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 13
  14 En het geschiedde dat ik vele amenigten van de andere volken in het bland van belofte zag; en ik zag de verbolgenheid Gods, en dat die op het nageslacht van mijn broeders rustte; en zij werden voor de andere volken uit cverstrooid en geslagen.

Voetnoten
14a
2 Ne. 1:11.
  11 Ja, Hij zal aandere natiën tot hen brengen, en Hij zal hun macht geven, en Hij zal hun de landen die zij bezitten ontnemen, en Hij zal hen doen bverstrooien en doen slaan.
Mrm. 5:19–20.
  19 En zie, de Heer heeft hun zegeningen, die zij in het land hadden kunnen ontvangen, bewaard voor de aandere volken die het land zullen bezitten.
b
c
1 Ne. 22:7–8.
  7 En het betekent dat de tijd komt, nadat het gehele huis Israëls is verstrooid en verward, dat de Here God een machtige natie onder de aandere volken zal doen opstaan, ja, op het oppervlak van dit land; en door haar zal ons nageslacht worden bverstrooid.