De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 12
  23 En het geschiedde dat ik zag dat zij, nadat zij in ongeloof waren verkommerd, een adonker en weerzinwekkend en bwalgelijk volk werden, vol cluiheid en allerlei gruwelen.

Voetnoten
23a
2 Ne. 26:33.
  33 Want geen van deze ongerechtigheden komt van de Heer; want Hij doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij averwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de bheidenen indachtig; en callen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken.
b
2 Ne. 5:20–25.
  20 Welnu, het woord des Heren werd vervuld dat Hij tot mij had gesproken, zeggende: Omdat zij aniet naar uw woorden willen luisteren, zullen zij van de tegenwoordigheid des Heren worden afgesneden. En zie, zij werden van zijn tegenwoordigheid bafgesneden.
c