De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 11
  6 En toen ik die woorden had gezegd, riep de Geest met luider stem, zeggende: Hosanna de Heer, de allerhoogste God; want Hij is God over de gehele aaarde, ja, zelfs boven alles. En gezegend zijt gij, Nephi, omdat gij in de Zoon van de allerhoogste God bgelooft; daarom zult gij de dingen aanschouwen die gij hebt verlangd.

Voetnoten
6a
Ex. 9:29.
2 Ne. 29:7.
  7 Weet gij niet dat er meer natiën zijn dan één? Weet gij niet dat Ik, de Heer, uw God, alle mensen heb ageschapen en dat Ik hen gedenk die zich op de beilanden der zee bevinden; en dat Ik heers boven in de hemelen en beneden op de aarde; en dat Ik de mensenkinderen, ja, alle natiën van de aarde, mijn woord breng?
3 Ne. 11:14.
  14 Staat op en nadert tot Mij om uw hand in mijn zijde te asteken, en ook om de tekens van de nagels in mijn handen en in mijn voeten te bvoelen, opdat gij zult weten dat Ik de cGod van Israël en de God der gehele daarde ben, en ben gedood voor de zonden der wereld.
Moz. 6:44.
  44 De hemelen heeft Hij gemaakt; de aaarde is zijn bvoetbank; en het fundament daarvan is van Hem. Zie, Hij heeft het gelegd, een menigte mensen heeft Hij op het oppervlak daarvan gezet.
b