De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 11
  3 En ik zeide: Ik verlang de dingen te aanschouwen die mijn vader heeft agezien.

Voetnoten
3a
1 Ne. 8:2–34.
  2 En het geschiedde, terwijl mijn vader in de wildernis vertoefde, dat hij tot ons sprak, zeggende: Zie, ik heb een adroom gedroomd; of met andere woorden, ik heb een bvisioen gezien.