De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 11
  27 En ik keek en azag de Verlosser der wereld, van wie mijn vader had gesproken; en ik zag ook de bprofeet die de weg voor Hem uit zou bereiden. En het Lam Gods ging heen en werd door hem cgedoopt; en nadat Hij was gedoopt, zag ik de hemelen geopend, en de Heilige Geest uit de hemel neerdalen en op Hem rusten in de gedaante van een dduif.

Voetnoten
27a
2 Ne. 25:13.
  13 Zie, zij zullen Hem akruisigen; en nadat Hij bdrie dagen lang in een cgraf heeft gelegen, zal Hij uit de doden dopstaan, met genezing onder zijn vleugels; en allen die in zijn naam geloven, zullen behouden worden in het koninkrijk Gods. Daarom is het mijn ziel een lust over Hem te profeteren, want ik heb zijn dag egezien en mijn hart maakt zijn heilige naam groot.
b
Matt. 11:10.
1 Ne. 10:7–10.
  7 En hij sprak ook over een aprofeet die vóór de Messias zou komen om de weg des Heren te bereiden —
2 Ne. 31:4.
  4 Welnu, ik wil u eraan herinneren dat ik tot u heb gesproken over die aprofeet, van wie de Heer mij heeft getoond dat hij het bLam Gods zal dopen, dat de zonden der wereld wegneemt.
c
d