De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 11
  1 En het geschiedde, nadat ik had verlangd de dingen te weten die mijn vader had gezien, en omdat ik geloofde dat de Heer bij machte was ze aan mij bekend te maken, dat ik, terwijl ik in mijn hart aoverlegde, in de Geest des Heren werd bweggevoerd, ja, naar een zeer hoge cberg, die ik nooit eerder had gezien en waarop ik nooit eerder mijn voet had gezet.

Voetnoten
1a
LV 76:19.
  19 En terwijl wij deze dingen aoverpeinsden, raakte de Heer de ogen van ons verstand aan, en zij werden geopend en de heerlijkheid des Heren omstraalde ons.
b
2 Kor. 12:1–4.
Op. 21:10.
2 Ne. 4:25.
  25 En op de vleugels van zijn Geest is mijn lichaam aweggevoerd naar buitengewoon hoge bergen. En mijn ogen hebben grote dingen gezien, ja, te groot zelfs voor de mens; daarom werd mij geboden ze niet op te schrijven.
Moz. 1:1.
  1 DE woorden van God, die Hij tot aMozes bsprak op een tijdstip dat Mozes was weggevoerd naar een buitengewoon hoge berg,
c
Deut. 10:1.
Ether 3:1.
  1 En het geschiedde dat de broeder van Jared — het aantal vaartuigen nu dat bereid was, was acht — naar de berg ging die zij de berg Shelem noemden wegens zijn buitengewone hoogte, en uit een rots zestien kleine stenen smolt; en zij waren wit en helder, ja, zoals doorschijnend glas; en hij droeg ze in zijn handen naar de top van de berg en riep de Heer wederom aan, zeggende: