De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 11
  11 En ik zeide tot Hem: De abetekenis ervan te kennen — want ik sprak tot Hem zoals een mens spreekt, want ik zag dat Hij in de bgedaante van een mens was; maar toch wist ik dat het de Geest des Heren was; en Hij sprak tot mij zoals de ene mens tot de andere spreekt.

Voetnoten
11a
Gen. 40:8.
b
Ether 3:15–16.
  15 En nooit heb Ik Mijzelf getoond aan de mens die Ik heb geschapen, want nooit heeft de mens in Mij ageloofd zoals gij. Ziet gij dat gij naar mijn bbeeld zijt geschapen? Ja, alle mensen zijn in het begin naar mijn beeld geschapen.