De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 10
  5 En tevens sprak hij over de profeten: hoe een groot aantal had agetuigd van deze dingen met betrekking tot die Messias van wie hij had gesproken, ofwel die Verlosser der wereld.

Voetnoten
5a
Jakob 7:11.
  11 En ik zeide tot hem: Dan begrijpt gij ze niet, want zij getuigen waarlijk van Christus. Zie, ik zeg u dat geen der profeten heeft geschreven of ageprofeteerd zonder over deze Christus te spreken.
Mos. 13:33.
  33 Want zie, heeft Mozes niet tot hen geprofeteerd aangaande de komst van de Messias, en dat God zijn volk zou verlossen? Ja, en zelfs aalle profeten die vanaf het begin der wereld hebben geprofeteerd — hebben zij niet min of meer over deze dingen gesproken?
Hel. 8:19–24.
  19 En nu wil ik dat gij weet dat er zelfs sedert de dagen van Abraham vele profeten zijn geweest die van die dingen hebben getuigd; ja, zie, de profeet aZenos heeft onverschrokken getuigd, waarvoor hij werd gedood.
3 Ne. 20:23–24.
  23 Zie, Ik ben het over wie Mozes sprak, zeggende: aEen profeet gelijk ik zal de Heer, uw God, voor u doen opstaan uit uw broeders; naar Hem zult gij luisteren in alle dingen die Hij tot u zal zeggen. En het zal geschieden dat iedere ziel die niet naar die profeet wil luisteren, uit het midden des volks zal worden afgesneden.