HET EERSTE BOEK NEPHI ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 10
21
Daarom, indien gij ernaar hebt gestreefd goddeloosheid te bedrijven in de dagen van uw aproeftijd, dan wordt gij bevonden voor de rechterstoel Gods; en niets wat onrein is, kan bij God wonen; daarom moet gij voor eeuwig worden verworpen.
Voetnoten
|