De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 10
  21 Daarom, indien gij ernaar hebt gestreefd goddeloosheid te bedrijven in de dagen van uw aproeftijd, dan wordt gij bonrein bevonden voor de rechterstoel Gods; en niets wat onrein is, kan bij God wonen; daarom moet gij voor eeuwig worden verworpen.

Voetnoten
21a
Alma 34:32–35.
  32 Want zie, dit leven is de tijd voor de mens om zich erop avoor te bereiden God te ontmoeten; ja, zie, de dag van dit leven is de dag voor de mens om zijn arbeid te verrichten.
b
1 Kor. 6:9–10.
3 Ne. 27:19.
  19 En aniets onreins kan zijn koninkrijk ingaan; daarom gaat niemand tot zijn brust in behalve zij die hun klederen in mijn bloed hebben cgereinigd, wegens hun geloof en de bekering van al hun zonden en hun getrouwheid tot het einde.
LV 76:50–62.
  50 En wederom getuigen wij — want wij zagen en hoorden, en dit is het agetuigenis van het evangelie van Christus aangaande hen die tevoorschijn zullen komen in de bopstanding der rechtvaardigen —
Moz. 6:57.
  57 Welnu, leer dit uw kinderen: dat alle mensen overal zich moeten abekeren, anders kunnen zij geenszins het koninkrijk Gods beërven, want niets wat bonrein is, kan daar wonen, of in zijn tegenwoordigheid cwonen; want dMens der Heiligheid is zijn naam, in de taal van Adam, en de naam van zijn Eniggeborene is de eZoon des Mensen, ja, Jezus Christus, een rechtvaardig frechter, die zal komen in het midden des tijds.