De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 10
  1 En nu ga ik, Nephi, ertoe over op adeze platen een verslag te maken van mijn handelingen en mijn regering en bediening; welnu, om met mijn verslag voort te gaan, moet ik een en ander zeggen over de dingen van mijn vader, en ook van mijn broeders.

Voetnoten
1a
1 Ne. 9:1–5.
  1 En al deze dingen zag en hoorde en sprak mijn vader terwijl hij in een tent woonde in het adal Lemuël, en nog zeer veel andere dingen die niet op deze platen kunnen worden geschreven.
1 Ne. 19:1–6.
  1 En het geschiedde dat de Heer mij gebood, daarom maakte ik platen uit erts om daarop de kroniek van mijn volk te kunnen graveren. En op de aplaten die ik maakte, graveerde ik de kroniek van mijn bvader, en ook onze reizen in de wildernis en de profetieën van mijn vader; en ook vele van mijn eigen profetieën heb ik daarop gegraveerd.
Jakob 1:1–4.
  1 WANT zie, het geschiedde dat er vijfenvijftig jaar waren verstreken vanaf het tijdstip waarop Lehi Jeruzalem had verlaten; welnu, Nephi gaf mij, aJakob, een bgebod aangaande de ckleine platen waarop deze dingen zijn gegraveerd.