De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 1
  9 En het geschiedde dat hij er Een zag neerdalen uit het midden des hemels, en hij bemerkte dat zijn aluister die van de middagzon overtrof.

Voetnoten
9a
GJS 1:16–17.
  16 Maar, al mijn krachten aanwendend om God aan te aroepen om mij te bevrijden uit de macht van deze vijand die mij had aangegrepen, en op het moment dat ik op het punt stond in wanhoop te verzinken en mij aan verdelging over te geven — niet aan een denkbeeldige ondergang, maar aan de macht van een bestaand wezen uit de onzichtbare wereld dat zo’n verbazingwekkende kracht bezat als ik nog nooit in enig wezen had gevoeld — precies op dat moment van grote ontsteltenis zag ik recht boven mijn hoofd een blichtkolom, de helderheid van de czon overtreffend, die geleidelijk neerdaalde tot zij op mij viel.