De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 1
  19 En het geschiedde dat de Joden hem abespotten om de dingen die hij van hen getuigde; want hij getuigde waarlijk van hun goddeloosheid en hun gruwelen; en hij getuigde dat de dingen die hij had gezien en gehoord, en ook de dingen die hij in het boek had gelezen, duidelijk op de komst van een bMessias wezen, en ook op de verlossing der wereld.

Voetnoten
19a
2 Kron. 36:15–16.
Jer. 25:4.
1 Ne. 2:13.
  13 Evenmin geloofden zij dat Jeruzalem, die grote stad, kon worden averwoest volgens de woorden der profeten. En zij waren zoals de Joden in Jeruzalem die mijn vader naar het leven stonden.
1 Ne. 7:14.
  14 Want zie, de Geest des Heren houdt weldra op op hen in te werken; want zie, zij hebben ade profeten verworpen, en bJeremia in de gevangenis geworpen. En zij hebben getracht mijn vader van het cleven te beroven, waardoor zij hem uit het land hebben verdreven.
b