De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET EERSTE BOEK NEPHI
ZIJN REGERING EN ZIJN BEDIENING
HOOFDSTUK 1
  13 En hij las, zeggende: Wee u, wee u, Jeruzalem, want Ik heb uw agruwelen gezien! Ja, en vele dingen las mijn vader over bJeruzalem: dat het zou worden verwoest, en ook zijn inwoners; velen zouden door het zwaard omkomen en velen zouden cgevankelijk naar Babylon worden weggevoerd.

Voetnoten
13a
2 Kon. 24:18–20.
2 Kron. 36:14.
b
2 Kon. 23:27.
2 Kon. 24:2.
Jer. 13:13–14.
2 Ne. 1:4.
  4 Want zie, zeide hij, ik heb een avisioen gezien waardoor ik weet dat bJeruzalem is verwoest; en indien wij in Jeruzalem waren gebleven, zouden ook wij zijn comgekomen.
c
2 Kon. 20:17–18.
2 Ne. 25:10.
  10 Daarom is hun de vernietiging aangezegd die hen zou treffen onmiddellijk na het vertrek van mijn vader uit Jeruzalem; niettemin verstokten zij hun hart; en volgens mijn profetie zijn zij avernietigd, behalve diegenen die bgevankelijk naar Babylon zijn weggevoerd.
Omni 1:15.
  15 Zie, het geschiedde dat Mosiah ontdekte dat het avolk van Zarahemla uit Jeruzalem was gekomen in de tijd dat bSedekia, de koning van Juda, gevankelijk naar Babylon was weggevoerd.